
Foodtrends. Bestaat dat nog? Wordt er überhaupt nog gekookt, of eten we alleen wat TikTokkers en ‘influencers’ ons voorschotelen? En hoeveel bizarre (vr)eettrends moeten er nog langskomen voordat we weer gewoon samen aan tafel gaan zitten?
Ik heb zelf de afgelopen dagen door talloze trendrapporten, artikelen en lijstjes gescrold. Van grote internationale media tot kleinere, gespecialiseerde foodplatforms en Nederlandse berichtgeving. Wat opvalt: 2026 wordt géén jaar van extreme noviteiten of schreeuwerige claims. Geen ‘alles is anders’-momenten. Wat wél duidelijk wordt in 2026, is een verschuiving in houding. Minder hype, meer inhoud. Minder spektakel, meer betekenis.
Hieronder mijn impressie van de foodtrends die er voor 2026 écht toe gaan doen. Niet overdreven Amerikaans, niet TikTok-addicted, maar relevant voor Nederland en Europa. En vooral: trends die iets zeggen over hoe we willen eten, koken en samen aan tafel zitten.
In 2026 draait eten niet om meer, groter of opvallender, maar om smaak, rust en betekenis.

Vezels in de hoofdrol
Gezond eten blijft belangrijk, maar de manier waarop verandert. In 2026 draait gezondheid niet meer om schrappen of simpel calorieën tellen, maar om toevoegen. Vezelrijk eten staat daarbij opvallend centraal. Niet langer als bijproduct van ‘gezond leven’, maar als bewuste smaak- en structuurkeuze.
Peulvruchten, volkoren granen, zaden, haver en ook chicorei schuiven door naar het hart van de maaltijd. Kikkererwten, linzen, erwten en lupine krijgen een volwaardige rol in hoofdgerechten, stoofschotels, salades en zelfs snacks. Niet als vleesvervanger, maar als ingrediënt met een eigen identiteit. Vezels staan voor verzadiging, rust in het lichaam en stabiliteit. Dat sluit naadloos aan bij een bredere behoefte aan balans.
Minder vlees, geen nep
Een van de meest opvallende bewegingen richting 2026 is de groeiende weerstand tegen ultrabewerkte vleesvervangers. De aanvankelijke euforie rond ‘plant-based’-producten maakt terecht plaats voor kritische vragen. Waarom eten we ineens weer sterk bewerkt voedsel (het zgn. UPF, zie hieronder), zolang er maar ‘vegan’ op staat?
Steeds meer consumenten kiezen inmiddels liever voor minder vlees, dan voor vlees dat niet is wat het lijkt. Ik noem plant-based nepvlees al jaren labvoer, omdat het niet natuurlijk is en uit de koker van fabrieken komt en bewerkt is en vaak allerlei toevoegingen kent. Dat geldt trouwens ook voor biefstuk uit de 3D-printer; ook daar keert men zich van af.
De roep om echte ingrediënten, herkenbare producten en traditionele bereidingen wordt nu gelukkig sterker. Vegetarisch eten hoeft geen imitatie te zijn. Integendeel. Wie kijkt naar de wereldkeuken ziet al eeuwen hoe aantrekkelijk vegetarisch koken kan zijn: Indiase vegetarische curry’s, Marokkaanse groentetajines, Japanse okonomiyaki, Libanese maghmour, Georgische ajapsandali, Buddha’s Delight of Toscaanse gnudi. Geen vervanging, maar volwaardige gerechten zonder (nep)vlees. Puur, onbewerkt en met smaak. Dat denken wint terrein. Zie voor inspiratie mijn verzameling vegetarische gerechten uit de wereldkeuken.

Ultra-processed food onder vuur
In het verlengde hiervan ligt de toenemende kritiek op ultrabewerkte voeding. Ultra-processed food (UPF) staat steeds vaker ter discussie, niet alleen bij gezondheidsdeskundigen, maar ook bij chefs en consumenten.
Merken reageren met kortere ingrediëntenlijsten, herkenbare grondstoffen en meer transparantie. ‘Clean labels’ (natuurlijke ingrediënten, géén E-nummers of kunstmatige toevoegingen) worden belangrijker; niet als marketingterm, maar als teken van vertrouwen. Wat je eet, moet te begrijpen zijn zonder woordenboek. En zonder al die bewerkingen.
Smaak als ervaring: textuur, contrast en gelaagdheid
Eten wordt in 2026 steeds meer een zintuiglijke ervaring. Niet door ingewikkelde technieken of theatrale presentaties, maar door aandacht voor textuur en contrast. Crunchy naast romig. Warm naast koel. Zacht tegenover krokant. Dat geldt net zo goed voor thuiskeukens als voor restaurants.
Denk aan geroosterde groenten met een frisse yoghurtsaus, crispy toppings op romige purees, zachte stoofgerechten met pittige accenten. Textuur wordt een volwaardig onderdeel van smaakbeleving, zonder dat het ingewikkeld hoeft te worden.

Wereldkeukens met diepgang
De interesse in wereldkeukens groeit verder, maar op een andere manier dan voorheen. Geen oppervlakkige fusion, geen generieke ‘Aziatische’ of ‘Caraïbische’ smaken, maar verdieping in regionale keukens.
Zuid-India, met name Kerala, krijgt internationaal aandacht (zie mijn Kerala Veg Noodles), net als de Koreaanse keuken met o.a. stoofgerechten, Japanse comfort food, Caraïbische klassiekers en Afrikaanse basisingrediënten (‘staple food’). Ook de Haïtiaanse keuken duikt steeds vaker op, met gerechten als diri djon djon (rijst met zwarte djon-djon paddenstoelen) en griot (krokant gebakken varkensvlees; het nationale gerecht van Haïti). Wat deze keukens gemeen hebben: uitgesproken smaken, traditie en troost.
Comfort food wordt wereldser, maar blijft herkenbaar. Niet alles hoeft nieuw te zijn; het mag vooral goed zijn. Ik ben er blij mee; ik kook al heel lang de meest uiteenlopende gerechten uit de wereldkeuken, ook met mijn project @NationalDishes.
Zoet, pittig, zuur en bitter: volwassen smaken winnen terrein
De smaakvoorkeuren verschuiven. Zoet blijft, maar krijgt tegenwicht. Zoet en pittig (swicy), fruitig en scherp (fricy), zout en bitter: contrasten worden belangrijker dan ooit.
Pickles en azijn zijn overal. Niet alleen als bijgerecht, maar als smaakmaker in sauzen, snacks en zelfs drankjes. Azijn krijgt een culinaire renaissance: rauw, fruitig, gefermenteerd, complex. Fris en zuur spreekt vooral jongere generaties aan, net als bitter en mineralig. Ansjovis, kappertjes, olijven en bittere bladgroenten keren terug op het bord.

Umami, fermentatie en bereiding
Umami blijft een sleutelrol spelen. Fermentatie wordt niet langer gezien als trend, maar als techniek. Voor smaakverdieping, textuur en balans. Denk aan gefermenteerde bonen, sojaproducten, bouillons, kombu-achtige smaken en langzaam gerijpte pasta’s.
Opvallend is ook de herwaardering van bereidingstechnieken. Roosteren, karamelliseren, grillen, roken en open vuur zorgen voor smaak zonder extra toevoegingen. Beurre noisette, rotisserie-kip en BBQ blijven populair, juist omdat ze eenvoud en vakmanschap combineren.
Nostalgie 2.0
In onzekere tijden grijpen mensen terug op vertrouwde smaken. Klassiekers als garnalencocktail, runderstoof, shepherd’s pie en romige sauzen maken een comeback. Niet zwaar of overdadig, maar lichter, beter uitgevoerd en met betere ingrediënten. Nostalgie 2.0, zeg maar.
Vet is terug als smaakdrager. Boter, room, olijfolie en zelfs rundvet krijgen opnieuw een plaats, mits bewust en met aandacht gebruikt. Niet alles hoeft mager te zijn om goed te zijn.

Horeca: minder prikkels, meer rust
In de horeca zie je een duidelijke beweging richting eenvoud. Chefs zijn moe van overdaad en theatrale bordopmaak. Minder componeren, meer concentreren. Minder ingrediënten, meer kwaliteit.
Gasten, zeker de jongere generaties, willen overzicht, duidelijkheid en vertrouwen. Minder keuzestress, meer herkenning. Shared dining blijft, maar slimmer. Kleine porties, snackformaat en mini-gerechten passen bij een flexibel eetpatroon.
Tegelijkertijd groeit de behoefte aan vertraging. Minder haast, minder slottijden, meer aandacht. Lang tafelen mag weer. Eten wordt opnieuw een sociale ervaring.
Balans als sleutelwoord
Wat al deze ontwikkelingen met elkaar verbindt, is balans. In 2026 draait eten niet om meer, groter of opvallender, maar om smaak, rust en betekenis. Gezondheid zonder concessies. Wereldse smaken zonder opsmuk. Comfort zonder schuldgevoel.
Wat uit de gratie raakt, is alles wat harder roept dan nodig is. Wat overblijft, is eten dat klopt. Met aandacht gemaakt. Met plezier gegeten. En met een verhaal dat eerlijk en geloofwaardig is.
Geef een reactie