
2026 wordt geen jaar van nieuwe druivenrassen of modieuze smaken. Wie daar nog op rekent, kijkt achterom. Wat wél steeds meer verandert, is hoe we wijn benaderen. Wanneer drinken we wijn? Waarom kiezen we voor die ene fles? En wat verwachten we eigenlijk nog van wijn, nu minder drinken steeds gangbaarder wordt?
Wie mijn wijntrends voor 2025 terugleest, ziet veel lijnen die doorlopen: lichter, minder, beter, bewuster, duurzamer en authentieker. Dat beeld klopt nog steeds. Maar waar 2025 draaide om bewustwording en nieuwe termen – no & low, zebra striping, mindful drinking – gaat 2026 over herpositionering. Minder woorden, meer praktijk. Minder uitleg, meer gevolgen.
Twee ontwikkelingen bepalen daarbij het speelveld. Aan de ene kant klimaatverandering, die steeds directer ingrijpt op stijl en maakbaarheid. Aan de andere kant structureel lagere wijnconsumptie, wereldwijd en vooral onder jongere generaties. Bijna alles wat we richting 2026 zien, is daar een reactie op.
“Het gaat om balans, niet om bravoure.”

vinissima bij Hambledon Vineyard in Hampshire
De onderlaag: klimaat & realiteit
Klimaatverandering is geen trend meer, maar de hedendaagse realiteit; het kader waarbinnen wijn wordt gemaakt. Warmere jaren, extremere weersomstandigheden en grotere verschillen tussen oogstjaren bepalen steeds vaker de praktijk. Dat vertaalt zich niet alleen in nieuwe wijngebieden, maar vooral in aanpassingen binnen bestaande regio’s: eerder oogsten, andere blendverhoudingen, minder extractie en meer aandacht voor frisheid en balans.
Het gesprek over klimaatbestendige of resistente druivenrassen (ook wel hybrides of PiWi’s genoemd, zoals johanniter, souvignier gris of regent) hoor je minder expliciet dan een paar jaar geleden, maar achter de schermen gebeurt er veel. In de Champagne wordt bijvoorbeeld voorzichtig geëxperimenteerd met voltis, dat daar voorlopig op proef is toegelaten.
In Zuid-Europa dwingt de opwarming wijnmakers tot aanpassing. Er wordt nog bewuster gekozen voor druivenrassen die beter met warmte omgaan, zoals grenache. In Bordeaux zijn zelfs rassen als touriga nacional en marselan om die reden officieel toegelaten. Tegelijkertijd verschuift de stijl van de wijnen. Wijnmakers temperen de warmte door andere keuzes te maken, zowel in de wijngaard als in de kelder: eerder oogsten, minder extractie en kracht, subtieler houtgebruik, meer souplesse en meer aandacht voor balans.
Die aanpassing beperkt zich overigens niet tot warme regio’s. Ook in traditioneel koelere wijngebieden wordt bijgestuurd. In regio’s als de Bourgogne en de Champagne gebeurt dat bijvoorbeeld via andere klonen, aangepaste oogstmomenten en/of nieuwe keuzes in blend en stijl, allemaal met hetzelfde doel: stijl en balans behouden in warmere jaren. En ja, tegenwoordig vind je dankzij de klimaatopwarming ook wijn in Zuid-Engeland, Zweden en zelfs Polen.
Klimaatverandering dwingt wijnmakers steeds nadrukkelijker tot keuzes. Wie vasthoudt aan kracht, rijpheid en alcohol, krijgt het moeilijk. Balans is geen esthetisch ideaal meer, maar een noodzakelijke voorwaarde.

het gaat om balans - niet om bravoure
Stijlverschuiving: van fris naar doordrinkbaar
De stijlverschuiving die al enkele jaren gaande is, zet door, maar krijgt in 2026 steeds duidelijkere contouren. Het sleutelwoord is niet zozeer frisheid, maar doordrinkbaarheid: wijnen die blijven uitnodigen, die niet alleen indruk maken bij de eerste slok, maar gedurende het hele glas en aan tafel.
Dat betekent wijnen met energie en spanning, maar ook met rondheid en textuur. Alcohol moet geïntegreerd zijn, niet dominant. Zuren mogen levendig zijn, maar niet agressief. Het gaat om balans, niet om bravoure.
Licht rood blijft terrein winnen, niet als modieuze categorie, maar als structurele schakel tussen wit, rosé en klassiek rood. Minder tannine, minder extractie, meer sap en souplesse. Koel te drinken – de zogeheten ‘chillable red’ – gastronomisch inzetbaar en flexibel. Druiven als gamay, frappato, cinsault, lichte stijl mencía of elegante pinot noir passen hier van nature goed bij. Maar uiteindelijk gaat het minder om het ras dan om de benadering: transparantie en drinkplezier boven spierballen.
Bij wit blijft frisheid leidend, maar hier doemt wat mij betreft ook een probleem op. Wereldwijd zie je steeds vaker dezelfde veilige keuzes op wijnkaarten: vooral sauvignon blanc en pinot grigio, maar ook albariño en verdejo. Correct, fris, herkenbaar en immens populair onder jongere generaties, maar daardoor vaak ook voorspelbaar. Van Amsterdam tot Londen en New York hetzelfde beeld. Begrijpelijk vanuit verkoop, maar qua variatie ronduit saai. Mijn stellige indruk: Gen Z springt minder uit de band dan we denken. Opvallen voelt ongemakkelijk, dus kiest men liever voor het bekende. Voor sommeliers, wijnmakers en wijnliefhebbers ligt hier juist een uitdaging: frisheid bieden zonder in uniformiteit te vervallen.
Over mousserende wijn wordt graag gezegd dat die steeds vaker gedronken wordt. Dat herken ik minder. Wat ik wel zie, is verdere normalisering. Bubbels worden vaker per glas gekozen, komen vaker bij gerechten aan tafel, en worden wat minder ceremonieel en statig. Champagne blijft iconisch, maar crémant en andere Europese mousserende wijnen schuiven rustig mee aan tafel. Prosecco blijft een toenemende plaag: veel is ondermaats en geeft mousserend een slechte naam. Pet-Nat is vooralsnog sporadisch en lokaal populair, denk aan Amsterdam.

wijnselectie in de winkel
Drinkgedrag: minder vaak, maar bewuster
Wat in 2025 nog werd benoemd als ‘zebra striping’ (afwisselen van alcoholische dranken en non-alcoholische drankjes) of ‘flex drinking’, is in 2026 gewoon gedrag. Mensen drinken nog steeds wijn, maar kiezen bewuster wanneer ze dat wél doen. Dat geldt wereldwijd, in Europa en ook in Nederland. Het betekent in de praktijk dat er minder en minder vaak wijn wordt gedronken. Uitzondering: de boomers. Jongere generaties drinken aantoonbaar minder alcohol, ervaren dat niet als gemis, en kiezen makkelijker uit alternatieven. En als ze wijn drinken, kiezen ze juist ook wel voor een wat duurdere, betere fles.
No & Low blijft bestaan, maar is allang geen hype meer. Alcoholvrije wijn groeit als categorie, maar vooral als aanvulling op wijn, niet als volwaardig alternatief. 0%-wijn ontwikkelt zich, maar is kwalitatief nog lang niet op het niveau waarop alcoholvrij bier inmiddels is beland. Voorlopig is alcoholvrije wijn vooral een functionele keuze en qua smaak helaas nog te vaak een matig compromis. De echte verschuiving zit niet in vervanging, maar in keuze. Eén goed glas telt meer dan automatisch bijschenken. Wijn is een bewuste beslissing.
Voor wijnmakers is dit misschien wel de grootste uitdaging richting 2026. Minder consumptie betekent dat het oude model – volume, herkenbaarheid, veiligheid – niet meer volstaat. Wie niet inspeelt op veranderende voorkeuren, redt het niet. En nee, dat betekent niet dat iedereen pinot grigio moet maken.

AI-sommelier serveert wijn
Wat raakt uit de gratie
Wat richting 2026 langzaam terrein verliest, is alles wat harder roept dan nodig is. Power wines met veel hout en een hoog alcoholpercentage worden minder aantrekkelijk. Scorefetisjisme – denk aan de 100-Parker-punten-wijnen – maakt plaats voor context. Technisch jargon verliest zijn glans; culinaire inzetbaarheid wint aan belang.
Natuurwijnen blijven bestaan, maar zonder strijdkreten. Orange wines zijn er, maar zonder ophef. Beide hebben een vaste kern van liefhebbers, maar worden geen breed gedragen norm. Dat is geen verlies, maar normalisatie.
Ook alternatieve verpakkingen zijn minder onderwerp van gesprek. Niet omdat ze verdwijnen, maar omdat ze geïntegreerd raken. Hetzelfde geldt voor e-labels en QR-codes: aanwezig, functioneel, niet meer spannend.
AI-sommeliers en digitale wijnhulpen zorgen minder voor ophef dan bij hun introductie, maar verdwijnen niet. Door personeelstekorten en -kosten blijven ze relevant, zij het vooral op de achtergrond.
En Bordeaux? Dat blijft een zorgenkind. Met subsidies voor het rooien van wijngaarden of het distilleren van overschotten probeert men het hoofd boven water te houden, maar op termijn is dat dweilen met de kraan open. Er zullen ingrijpende keuzes moeten worden gemaakt. Californië kampt met vergelijkbare problemen, zij het door andere oorzaken: personeelstekorten als gevolg van Trump’s ICE-beleid rond arbeidsmigranten en geopolitieke spanningen door zijn handelsoorlog en tarieven. Dit zijn geen incidenten meer, maar structurele signalen.

mindful drinken - minder maar beter
Wat bleef, wat schoof
Veel trends uit 2025 blijken geen trends, maar verschuivingen. Mindful drinken is blijvend. Duurzaamheid is geen onderscheid meer, maar randvoorwaarde. Authentieke wijnen maken ‘met een verhaal’ blijven belangrijk, vooral voor jongere generaties.
Nieuwe wijnregio’s stonden dit jaar minder in de schijnwerpers, niet omdat ze verdwijnen, maar omdat de aandacht verschuift naar aanpassing binnen bestaande gebieden. Lagere wijnconsumptie en veranderende voorkeuren zijn geen tijdelijke dip, maar een beweging die de komende jaren doorzet.
Wijn in een breder drankenspectrum
Opvallend is dat cocktails en andere dranken steeds vaker richting wijnlogica bewegen: minder zoet, meer bitter en zilt, en meer aandacht voor textuur en foodpairing. De grenzen vervagen, maar wijn hoeft niet mee te rennen. Juist haar rust, tafelgerichtheid en vanzelfsprekende rol bij eten maken wijn relevant binnen een breder drankenspectrum.

wijnkennis en verhalen helpen bij een bewustere keuze
Kiezen vraagt meer dan gevoel alleen
In 2026 is wijn minder vanzelfsprekend dan ooit. Er wordt minder gedronken, bewuster gekozen en kritischer gekeken. Dat vraagt niet alleen om andere wijnen, maar ook om een andere manier van kiezen. Minder regels, ja. Minder jargon, zeker. Maar zonder enige kennis wordt ‘bewust kiezen’ al snel een holle frase.
Juist nu is duiding belangrijker dan feitenkennis alleen. Niet om te imponeren, maar om te begrijpen. Om te weten waarom een wijn lichter aanvoelt, waarom alcohol geïntegreerd is of juist niet, waarom een wijn bij eten werkt en een andere niet. Zonder dat inzicht wint gemak het van nieuwsgierigheid en marketing het van inhoud.
Het verhaal achter wijn mag dus best een rol spelen, maar dan wel het juiste verhaal. Niet het luidste of meest gelikte, maar het verhaal dat helpt om onderscheid te maken. Tussen kracht en verfijning. Tussen hype en inhoud. Tussen een wijn die indruk maakt bij de eerste slok en een wijn die je met plezier uitdrinkt.
Daar ligt de echte uitdaging voor wijnmakers, sommeliers én wijnliefhebbers. En ja, ook voor mij als wijndocent en wijnverteller. Want in 2026 draait wijn niet om méér weten of méér drinken, maar om beter begrijpen – en daardoor beter kiezen.
Geef een reactie